Coupe en passant. 

Bron: Divers

Hiervan zijn moeilijke en eenvoudige variaties bekend en in de praktijk zal men deze speelfiguur vaak ontmoeten.
In de meest eenvoudige vorm ziet deze coup er als volgt uit.

Voorbeeld

 
 
 
 
  V  

 
   
   
    9
 
 
 
  2


is troef en Noord is aan slag.
8 wordt voorgespeeld en Oost zal niet meer dan één slag kunnen maken.

Wanneer West/Oost of Zuid aan slag zouden zijn, dan kunnen Noord/Zuid geen enkele slag maken bij goed tegenspel.

Als Oost niet introeft, zal Zuid zijn lagere troef  "en passant" maken; troeft Oost wel in, dan blijft Zuid met een troef over.

 

Praktijkvoorbeeld " Coup - passant"

Het interessante van dit spel is, dat de leider niet direct een definitieve speelwijze heeft gekozen, maar het laat afhangen van het verdere spelverloop.

  A H B 3
  H B T 8 2
  6
  V T 4
  8

  V 9 6 5
  A 9 7 5   V 4 3
  A T 9 7   V B 5
  B 9 7 3   8 6 2
  T 7 4 2 
  6
  H 8 4 3 2
  A H 5

Biedverloop.

West Noord Oost Zuid
pas 1 pas 1
pas 2 pas 2 SA
pas 4 pas pas
pas

West kwam uit met 3.

Zuid nam de slag in de hand met Aas, om direct na te spelen.
Misschien zou het mogelijk zijn de kleur vrij te spelen en bovendien had het spelen van het voordeel, dat er een cross-ruff spel kon ontstaan.
West speelde terecht 5 bij en Zuid raadde de situatie verkeerd door in noord de Boer te spelen, welke door Oost met de Vrouw  genomen werd.

In slag 3 speelde Oost na en nu liet Zuid de slag lopen voor Noord zijn Vrouw, waarna in slag 4 uit de dummy 6 werd gespeeld.
Oost speelde Boer bij en terecht ging Zuid er van uit, dat Oost vermoedelijk het Aas niet had.
Zuid speelde dus een kleine bij, hetgeen bovendien het voordeel had, dat Oost aan slag bleef, die waarschijnlijk geen troef zou spelen.

In slag 5 speelde Oost weer en nu kwam Zuid aan slag.
Het was nu duidelijk, dat of vrijspelen moeilijk zou zijn, nu kon de leider zijn keuze definitief bepalen en het spel met  een cross-ruff afspelen

In slag 6 werd gespeeld en in Noord getroefd met 3.
Oost maakte het de leider moeilijk door Vrouw bij te spelen en de suggestie te wekken dat hij geen meer had.

In slag 7 werd uit Noord gespeeld en door Zuid met 2 getroefd.

In slag 8 wordt door Zuid weer gespeeld.
Zuid had goed opgelet en gezien dat 5 nog niet gevallen was.
Toen West dan ook 10 bijspeelde, nam Zuid aan dat Oost nog 5 had en troefde in Noord in met Boer.

In slag 9 werd weer gespeeld en Zuid troefde af met 4.

In slag 10 vervolgde Zuid met Heer, West moest het Aas spelen en in Noord werd met Heer afgetroefd.

 

Bij slag 10 was de situatie als volgt:

  A H 
  H T
 
 
  8

  V 9 6 5
  A  
  A  
  B  
  T 7
 
  H 8 
 


Zuid speelde dus Heer na en troefde in Noord met Heer.
Oost moest ondertroeven.

In slag 11 werd Aas gespeeld en in slag 12 een uit Noord.
Oost had Vrouw - 9 en Zuid 10 sec, nu kon Zuid zijn 10 "en passant" binnen halen, en Oost maakte alleen nog vrouw.