Behouden van troefcontrole. 

Bron: Divers  en F. Goudsmit en H. W. Filarski.

Het komt nog al eens voor, dat men er goed aan doet om niet in te troeven teneinde meester van de troefkleur te blijven.
Dit is niet alleen van toepassing , als men zwak of vrij zwak in de troefkleur is, maar ook als men sterk in troef is.

Voorbeeld.

  A 7 6
  H 6 5 4 2
  6 3
  H 8 3
  B 9

  H V T 8
  A V B T 9   8 7 3
  8 7 5 4 2   9
  9   T 7 6 5 4
  5 4 3 2
 
  A H V B T
  A V B 2


Zuid speelt 5 .
West komt uit met 
Aas.
Zuid troeft niet in, maar gooit 2 bij.
Hij weet zeker, dat hij de volgende slag zonder te troeven aan slag kan komen.
Daarna kan hij de troeven er uit halen.

Hij maakt 5 en 4 slagen, 1 en 1 slag.
Troeft hij in slag 1 af, dan zal hij down gaan, omdat hij dan de troefsituatie niet meer meester is.

Neem veiligheidsmaatregelen bij het introeven.

Het is soms goed om hoog in te troeven, om de tegenpartij te verhinderen over te troeven, ook al moet de tegenpartij toch een troefslag maken.

  T 6
  8 2
  A T 8 7 5 3 2
  H 5
  H 5

  4 3 2
  A H B 9 4 3   T 7 5
  9   H V B 6
  V T 8 6   9 3 2
  A V B 9 8 7
  V 6
  4
  A B 7 4
Biedverloop.
West Noord Oost Zuid
1
2 3 pas 4
pas pas pas


West komt uit met Aas gevolgd door Heer, waarna West 9 speelt.
Zuid neemt op tafel met Aas, waarna hij Heer en Aas incasseert en met vervolgt.
Hij troeft op tafel in en hij moet weer in zijn hand aan slag komen om ook de vierde in te troeven.
Hij moet daarom van tafel spelen.
Hij troeft in de hand in, maar met troef Aas om overtroeven te voorkomen.
Hij speelt nu de vierde uit zijn hand, die hij op tafel met troef Tien kan aftroeven, waarna hij nog slechts troef Heer behoeft te verliezen.

Als hij niet met troef Aas maar lager had ingetroefd, had West overgetroefd  en troef nagespeeld, waarna Zuid nog een had moeten verliezen.

Het spelen met een zwakke troefkleur.

Heeft men een zwakke troefkleur, dan is het:

1 - In het algemeen het beste om eerst de meest kansrijke bijkleur te ontwikkelen en pas daarna troef te trekken.
2 - Bij het ontbreken van een vrij te spelen bijkleur het beste om de slagen, die er te maken zijn zo spoedig mogelijk te nemen en het troef trekken zolang mogelijk uit te stellen, c.q. geheel na te laten!

Uiteraard zijn deze punten slechts grove richtlijnen en zullen er vaak genoeg spellen voorkomen, waarin men het afspelen weer een weinig anders moet laten verlopen.
Maar door deze punten in het oog te houden, zal men kunnen voorkomen dat men de controle over het spel verliest.

Voorbeeld.

  A 9 2
  7 5 4
  A H 4
  H B T 7
  V B T 3

  8 5
  H V B 9 3   T 2
  V 3   B 9 7 6 5
  A 5   8 6 4 3
  H 7 6 4
  A 8 6 
  T 8 2
  V 9 2
Biedverloop.
West Noord Oost Zuid
1 pas 1 2
2 pas pas pas


West komt uit met Heer, Oost speelt Tien bij en Zuid, die bang is dat Oost een singleton in heeft, neemt direct.
Het laten lopen zou overigens weinig zin hebben, omdat West gezien zijn kwetsbaar volgbod, wel
Aas zal hebben en dus steeds aan slag kan komen.

In de tweede slag moet Zuid spelen en geen troef, Zuid heeft immers een zwakke troefkleur en moet daarom beginnen met het vrij spelen van zijn bijkleur.
De Vrouw die Zuid speelde is door West geweigerd, maar de volgende slag neemt West met het Aas.

Hierna incasseert West Vrouw en Boer, waarop Oost een kleine bij speelt.
In de volgende slag speelt West Vrouw na, die in Noord genomen wordt met Aas.

Nu de bijkleur vrij is moet Zuid troef gaan spelen.
Hij speelt 2 uit de dummy voor en neemt in zijn hand met Heer, waarna hij  4 speelt en in Noord  Aas legt.

Zuid stopt met troef trekken en moet daarbij als volgt redeneren:
Zitten de troeven 3 - 3 dan kan ik een overslag maken, zitten de troeven 4 - 2, dan bestaat het gevaar bij troef naspelen, dat West twee maal troef speelt en dan nog twee slagen maakt. ( 2 down )

Zitten de troeven 3 -3 of 4 -2, dan kan ik door door te spelen niet meer verliezen dan 2 slagen, 2 troefslagen en Aas.
 

Voorzorgmaatregelen tegen aftroeven.
 
De gulden regel blijft:

1 - De troeven van de tegenpartij moeten zo vlug mogelijk worden verwijderd, tenzij er tegen motieven bestaan.
2 - Men moet steeds waken voor aftroef gevaar.

Voorbeeld.

  9 8
  A 5 3
  6 3
  7 6 5 4 3 2
  

  7 6 5 4 3 2
  T 8 6 4   B 9 7
  A H T 9 7 2   8 5 4
  V T 9   B
  A H V B T
  H V 2
  V B
  A H 8


Contract 4 te spelen door Zuid.

West komt uit met Aas gevolgd door Heer en 4, waardoor Zuid met Heer aan slag komt.
Zuid speelt nu Aas na, waardoor hij ziet, dat Oost met 6 tegen zit.

Hij kan in ieder geval 5 maal troef trekken en als er niet afgetroefd wordt, 3 slagen en 2 slagen maken.

Heeft Oost minder dan 3 dan kan Zuid nooit vermijden, dat Oost aftroeft.
Tegen aftroeven kan Zuid zich dus niet wapenen.
Maar wel tegen aftroevers, mits Oost maar 1 heeft.

Zuid speelt eerst Vrouw , vervolgens Aas en hierna een kleine naar Aas.
Troeft Oost af, dan wint Zuid het spel mits de 2 - 2 zitten, deze kans behoudt Zuid dus toch.
Komt Aas binnen, dan speelt Zuid een van tafel.
Bekent Oost of troeft niet af, dan is het spel ook gewonnen, daar Zuid dan Heer incasseert en nog slechts een slag afgeeft.
Troeft Oost wel af, dan speelt Zuid natuurlijk  8 bij.
Het doet er niet toe wat Oost na speelt, de rest is voor Noord/Zuid.

Dit spel demonstreert dus, hoe men moet spelen om Heer nog te kunnen maken.
Men speelt daarom niet de Heer, maar een kleine vanuit Noord, indien Oost introeft, men nog in de gelegenheid is een kleine bij te spelen.