Vertel je partner je kleur. 

Bron: Divers

De meeste bridgecursussen gaan over bieden en spelen. Bieden doen we altijd en allemaal, maar spelen doe je maar in 25% van de gevallen. Tegenspelen doe je in 50% van de gevallen en dus is het logisch om wat meer aandacht aan tegenspel te besteden.

Zo is het belangrijk te weten hoe je een bepaalde kleur bij je partner mag verwachten. Veel bridgers, ook bij ons op de club, signaleren niet zodat de partner elke keer maar weer opnieuw moet proberen de kleur te vinden. Een simpele methode om een voorkeur aan partner te kennen te geven is z.g.n. "Romeins" in combinatie met "Revolving Discards". Dit moet dan ook op de systeemkaart komen. Het klinkt ingewikkeld, maar is doodsimpel. Je moet alleen wel goed afspreken, oefenen en vooral: opletten. Het gaat als volgt:

Bij elke keer dat je uitkomt, voorspeelt of bijspeelt geef je met een (lage) kaart aan wat je wilt dat je partner speelt de eerst volgende keer dat hij aan slag komt. Als je een oneven kaart speelt, geef je aan dat je wilt dat partner met deze kleur doorgaat of terugkomt. Als je een even kaart speelt, wil je dat hij één van de overgebleven kleuren speelt, afhankelijk van de hoogte van de kaart: 2 of 4: de kleur onder de gespeelde kleur, 6 of 8: de kleur boven de gespeelde kleur. Soms wordt de 10 ook gebruikt voor de hogere kleur en wordt de 6 als "neutraal" gehanteerd. Belangrijk is dus wat je zelf met je partner afspreekt.

Revolving (of revolverend) houdt in, dat je de kleurvolgorde gewoon naar boven en naar beneden consequent doorzet. Dus boven komt , daarboven en daarboven weer , enzovoort. Naar beneden werkt dat ook zo: de kleur lager dan is dus .

Bij een troefspel wordt de troefkleur overgeslagen bij de bepaling wat de kleur erboven of eronder is. Stel: is troef en je speelt Aas. Partner bekent 8. Je weet nu dat hij dus wil (de 8 is even, vraagt de kleur erboven en boven zit weer ). Toevallig heb je een singleton 7 en speelt die. 

Partner neemt en komt terug (de 7 is immers aanmoedigend) en je kunt troeven. Waarmee kan je partner aan slag brengen, zodat je opnieuw een kunt introeven? Kijk waar partner mee terug kwam: 2, dus wil hij schoppen. Op die manier kan je elkaar vertellen welke kleur er gespeeld moet worden, voordat de leider aan slag kan komen en zijn eigen spel gaat spelen.

Natuurlijk zal je niet altijd even goed kunnen signaleren, omdat eenvoudig de juiste kaart ontbreekt. Toch zijn er drie manieren om een kleur aan te seinen:

- oneven in de kleur zelf (bij het troef trekken kan je niet meer bekennen, dus je gooit een vuiltje af. In dit geval 7, hetgeen je partner vertelt dat je wat in belooft).

- even voor de kleur erboven (je bekent , maar gooit de 8. Dit belooft iets in ).

- even voor de laagste kleur (je komt uit met 4. Niks "kleintje belooft plaatje", maar je vraagt gewoon om , want is troef, en je ruitenlengte wordt niet aangebroken).

Toch is het vaak niet mogelijk om aan te geven wat je wilt. Als je bijvoorbeeld met een singleton 4 uitkomt, moet partner uit de bieding, zijn eigen kaart en de dummy begrijpen dat het wel eens een singleton kan zijn, anders komt hij met de kleur eronder terug. Bedenk dan, dat het in ieder geval al meer informatie is dan dat je tot vandaag aan je partner doorgaf. 

Als je helemaal niets te seinen hebt, sein dan positief. Daarmee wordt voorkomen dat partner ongewild een nieuwe kleur aanbreekt en dat is altijd nadelig.

Een probleem kan ontstaan als je partner wel iets signaleerde, maar je gewoon niet oplette en de slag al dicht hebt gelegd. Je moet dan gokken en dat gaat meestal fout. Als je je kaart hebt dichtgelegd, mag je de slag niet meer inzien. Zolang je je eigen kaart nog niet hebt dichtgelegd, mag je de hele slag nog inzien, ongeacht of de andere spelers de slag al dicht hebben. Maak er dus een gewoonte van je kaart pas dicht te leggen als je zeker weet wat je partner speelde. Je kunt het dan altijd nog even vragen.